ECLI:NL:RBDHA:2026:1452
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens veilig derde land Armenië
Eiser, met de Jordaanse nationaliteit en christen, verzocht asiel vanwege bedreigingen in Jordanië en Nederland. Hij vreesde bij terugkeer naar Jordanië voor zijn leven. De minister verklaarde de asielaanvraag niet-ontvankelijk omdat Armenië als veilig derde land geldt waar eiser toegang tot heeft, gezien zijn eerdere studievergunning en Armeense afkomst.
Eiser betoogde dat hij niet wordt toegelaten tot Armenië en dat terugkeer daarheen indirecte uitzetting naar Jordanië betekent. Hij stelde dat zijn studievergunning was verlopen en dat hij geen financiële steun van de Armeense ambassade ontvangt, waardoor hij niet kan studeren of leven in Armenië.
De rechtbank oordeelde dat het aannemelijk is dat eiser opnieuw toegang tot Armenië krijgt, omdat hij eerder een studievergunning had en geen overtuigend tegenbewijs leverde. De e-mail van de ambassade toont slechts aan dat financiële steun ontbreekt, wat toelating niet onmogelijk maakt. Ook een presentatie bij Armeense autoriteiten zou geen duidelijkheid geven over toelating.
De minister mocht Armenië als veilig derde land aanmerken en de niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand. Het beroep is ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag omdat Armenië als veilig derde land geldt waar eiser toegang toe heeft.