Eiser heeft op 11 februari 2025 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met maximaal drie maanden, op deze aanvraag beslist. Eiser heeft de minister op 25 november 2025 schriftelijk in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld toen er nog steeds geen besluit was genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet tijdig heeft beslist. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van acht weken op, met de mogelijkheid tot een verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, voor het geval de minister deze termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht van € 194,- en de proceskosten van € 467,-, omdat eiser een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 17 april 2026.