Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag van 7 januari 2025 voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met verlenging tot maximaal drie maanden, is overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Hierdoor is het beroep terecht en gegrond.
De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, met de mogelijkheid tot een verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Eiser krijgt daarnaast een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer het besluit zal volgen. De rechtbank past in deze zaak de uitgangspunten toe uit een eerdere uitspraak over nareisaanvragen. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 28 mei 2026 door rechter A. Skerka.