ECLI:NL:RBDHA:2026:13853
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag tijdelijke bescherming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank overweegt dat een ingebrekestelling vereist is voordat beroep kan worden ingesteld, waarbij de betrokkene het bestuursorgaan schriftelijk moet verzoeken binnen twee weken alsnog te beslissen.
In deze zaak heeft eiser de minister op 1 februari 2024 in gebreke gesteld terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling prematuur was. Nadien heeft eiser geen nieuwe ingebrekestelling gedaan. Omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank wijst erop dat eiser onder de werkingssfeer van de Richtlijn tijdelijke bescherming valt, waardoor de beslistermijn wordt verlengd tot zes maanden na afloop van de tijdelijke bescherming, die is verlengd tot 4 maart 2027. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 24 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.