In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 14 november 2023. Eerder had de rechtbank Zwolle het beroep gegrond verklaard en de minister een beslistermijn van zestien weken opgelegd met een dwangsom van €100 per dag, maximaal €15.000.
De minister heeft ook deze termijn niet gehaald, waarna eiser een tweede beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat dit beroep ontvankelijk en gegrond is. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het ‘8+8 wekenmodel’ van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van €100 per dag moet betalen bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De dwangsom wordt als een redelijke prikkel gezien om het bestuursorgaan tot tijdige besluitvorming te bewegen. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €467.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag.