ECLI:NL:RBDHA:2026:13245
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging overdrachtstermijn aan Kroatië wegens onderduiken volgens Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende meerdere asielaanvragen in Nederland in, die niet in behandeling werden genomen omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht. Na een eerdere overdracht aan Kroatië en een mislukte transfer via München, waarbij eiser het vliegveld onbegeleid verliet door elektronische problemen bij de Duitse politie, verlengde de minister de overdrachtstermijn op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening wegens onderduiken.
Eiser voerde aan dat hij niet verantwoordelijk was voor het mislukken van de transfer en dat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij op het vliegveld zou worden opgevangen. De rechtbank oordeelde echter dat eiser zich aan het toezicht onttrok door het vliegveld te verlaten en zich niet te melden bij de Nederlandse autoriteiten, ondanks dat hij op de hoogte was van zijn verplichtingen.
De rechtbank volgde het toetsingskader van de Jawo-arresten en de Vreemdelingencirculaire, waarbij onderduiken wordt aangenomen als een vreemdeling doelbewust buiten bereik van de autoriteiten blijft. Het beroep werd ongegrond verklaard en de verlenging van de overdrachtstermijn tot 6 augustus 2027 werd bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken.