Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Samenvatting
2.De procedure
- de dagvaarding van 29 juli 2024, met producties 1 tot en met 11;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 4;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met productie 12;
- het tussenvonnis van 24 december 2025, waarin een mondelinge behandeling is bevolen;
- de nadere stukken van de man van 6 februari 2026 en 27 februari 2026;
- de nadere stukken van de vrouw van 2 maart 2026.
3.De feiten
4.Het geschil
- een bedrag van € 13.266,60 ter zake van (de helft van) de door de man betaalde hypotheeklasten over de periode dat partijen in de woning hebben samengewoond;
- een bedrag van € 9.286,62 ter zake van (de helft van) de door de man betaalde hypotheeklasten over de periode na het feitelijk uiteengaan van partijen tot en met september 2025;
- een bedrag van € 1.000 ter zake van (de helft van) de door de man betaalde VvE-bijdragen over de periode dat partijen hebben samengewoond in de woning;
- een bedrag van € 700 ter zake van (de helft van) de door de man betaalde VvE-bijdragen over de periode na het feitelijk uiteengaan van partijen tot en met september 2025;