ECLI:NL:RBDHA:2026:13108
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens onvoldoende aannemelijk risico op medische noodsituatie bij terugkeer
Eisers, beiden met ernstige medische beperkingen en afkomstig uit Bosnië-Herzegovina, vroegen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege hun gezondheidstoestand. De minister wees deze aanvragen af na advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat noodzakelijke medicatie en behandeling in het land van herkomst beschikbaar zijn.
Eisers voerden aan dat de medische zorg niet beschikbaar of niet toegankelijk zou zijn, maar de rechtbank oordeelde dat de BMA-adviezen zorgvuldig en begrijpelijk zijn en dat eisers geen concrete aanwijzingen hebben gegeven die twijfel aan de juistheid van deze adviezen rechtvaardigen. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de noodzakelijke zorg feitelijk niet toegankelijk is, mede omdat eisers zich kunnen vestigen in Sarajevo waar de zorg beschikbaar is.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht geen uitstel van vertrek heeft verleend en wijst het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt dat de minister terecht geen uitstel van vertrek heeft verleend.