ECLI:NL:RBDHA:2026:12932
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit mvv wegens schending hoorplicht, rechtsgevolgen in stand gelaten
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor de moeder en broer van de referent af te wijzen. Eisers stelden dat er sprake was van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen hen en de referent, waardoor familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro zou bestaan.
De rechtbank oordeelde dat hoewel eisers en de referent lange tijd samenwoonden en er financiële steun was, niet aannemelijk was gemaakt dat er sprake was van voldoende bijkomende afhankelijkheid. De minister had de aanvraag terecht afgewezen op dat punt.
Echter, de rechtbank stelde vast dat de minister in de bezwaarprocedure de hoorplicht had geschonden door geen hoorzitting te houden, terwijl er wel nieuwe stukken en gemotiveerde bezwaren waren ingediend. Dit leidde tot vernietiging van het bestreden besluit.
De rechtbank besloot de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, gelet op de inhoud van de beroepsfase. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, het besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.