ECLI:NL:RBDHA:2026:12866
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Guinee wegens onvoldoende geloofwaardigheid en bewijs
Eiser, afkomstig uit Guinee, diende op 16 maart 2023 een opvolgende asielaanvraag in, die door de minister op 14 juli 2025 als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Eiser voerde aan dat hij mishandeld was en psychische klachten had door gebeurtenissen in Guinee, ondersteund door een iMMO-rapport van 8 februari 2023. De rechtbank beoordeelde het beroep op 20 februari 2026.
De rechtbank stelde vast dat eerdere procedures de geloofwaardigheid van eisers verhaal al hadden getoetst en afgewezen. Het iMMO-rapport gaf onvoldoende inzicht in de mate waarin psychische klachten het verklaringsvermogen van eiser beïnvloedden (B-vraag) en liet andere oorzaken voor klachten open (A-vraag). De minister mocht het rapport daarom niet volledig als bewijs aanvaarden.
Eiser kon geen bevredigende uitleg geven over eerdere ongeloofwaardige verklaringen. De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.