ECLI:NL:RBDHA:2026:12860
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en geen contact met gemachtigde
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 31 augustus 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag op 13 januari 2026 af als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank vroeg partijen of een zitting nodig was, wat door beide partijen werd ontkend, waarna het onderzoek werd gesloten zonder zitting. De minister informeerde de rechtbank dat eiser op 16 maart 2026 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf aan op 8 april 2026 geen contact meer met eiser te hebben.
Op basis van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde de rechtbank dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht, en dus geen procesbelang meer heeft bij het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelde de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer heeft met zijn gemachtigde.