Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
- de dagvaarding van 30 september 2025 met producties 1 en 2;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 18;
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende vermeerdering van eis, met producties 3 tot en met 6;
- de brief van [partij 1] van 2 maart 2026 met producties 7 tot en met 9;
- de ‘conclusie van antwoord in reconventie’ van [partij 2] waarbij tevens de eis in reconventie is vermeerderd, door de rechtbank ontvangen op 2 maart 2026, met producties 19 tot en met 28;
- het bericht van [partij 2] van 3 maart 2026 met productie 29;
- het bericht van [partij 1] van 6 maart 2026 met producties 10 tot en met 12;
- de uitlating vermeerdering eis zijdens [partij 1] .
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
één hunner haar aandeel in het appartementsrecht wenst te vervreemden’. Tekstueel heeft deze last daarmee betrekking op vervreemding van het aandeel door één van de deelgenoten zoals dat nu geregeld is in artikel 3:175 lid 1 BW Pro. Uit de tekst van de last volgt niet dat de last ook ziet op de verdeling van de eenvoudige gemeenschap door de rechter, zoals [partij 1] betoogt.
6.De beslissing
welwordt voldaan, zal [partij 2] haar aandeel in het appartement zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen één maand na het moment waarop [partij 2] aantoont dat zij de benodigde financiering kan verkrijgen, leveren aan [partij 1] . [partij 2] verkrijgt hierdoor een vordering uit hoofde van overbedeling op [partij 1] . Deze vordering is gelijk aan de helft van de taxatiewaarde minus de helft van een eventuele hypothecaire geldlening. [partij 1] moet dit bedrag ten tijde van de levering bij de notaris aan [partij 2] betalen. [partij 1] moet in dit geval de kosten betalen van de levering bij de notaris van (het aandeel van [partij 2] in) het appartement aan [partij 1] ;
nietwordt voldaan, zal het appartement worden verkocht en geleverd aan een derde. Om dat te realiseren zullen partijen gezamenlijk binnen twee weken na het verstrijken van de termijn van één maand zoals genoemd onder 6.1.2, een verkoopopdracht verstrekken aan de makelaar bedoeld onder 6.1.1. Deze opdracht zal inhouden dat de makelaar, tegen het in de branche gebruikelijke tarief, de vraag- en laatprijs van het appartement bindend zal vaststellen en alle overige werkzaamheden in het kader van de verkoop van het appartement zal verrichten;