ECLI:NL:GHDHA:2023:1535
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling van ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en verkoop onroerende zaken na echtscheidingen
Partijen waren van 2009 tot 2013 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. De man was eerder gehuwd geweest met een eerste echtgenote, met wie hij een onverdeelde woning bezat die niet was verdeeld na ontbinding van dat huwelijk. De vrouw vordert in hoger beroep de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap met de man, waaronder de toedeling van de woning aan de man en de verkoop van een andere woning.
De rechtbank had eerder de woning aan de vrouw toegewezen en de man veroordeeld tot betaling wegens overbedeling. Het hof vernietigt dit vonnis deels en oordeelt dat de woning die de man met zijn eerste echtgenote bezit kwalificeert als een eenvoudige gemeenschap, waardoor het aandeel van de man daarin een afzonderlijk goed is dat deel uitmaakt van zijn vermogen. Dit aandeel wordt aan de man toegewezen tegen een waarde van €109.000.
De woning die toebehoort aan de ontbonden gemeenschap tussen de man en de vrouw wordt verkocht. Het hof legt gedetailleerde voorwaarden op voor de verkoop, waaronder de aanstelling van een makelaar, acceptatie van een redelijk bod, en de verdeling van de netto-opbrengst. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. De wijziging van eis van de vrouw tot verkoop wordt grotendeels toegewezen, maar haar vordering op grond van onrechtmatig handelen wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.
Uitkomst: Het hof wijst het aandeel in de woning toe aan de man en gelast de verkoop van de andere woning onder voorwaarden, met compensatie van proceskosten.