ECLI:NL:RBDHA:2026:12630
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken beschermwaardig privéleven en inreisverbod niet strijdig met Turks associatierecht
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende ondernemer, diende op 20 juni 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met als doel het uitoefenen van een privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. De minister wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en het ontbreken van beschermwaardig privéleven. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Eiser voerde aan dat hij in Nederland economische activiteiten ontplooit en zijn leven hier heeft ingericht, waardoor artikel 8 EVRM Pro van toepassing is. De rechtbank oordeelt echter dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een beschermwaardig privéleven. De minister heeft de stelling van eiser adequaat gemotiveerd weerlegd en heeft niet onzorgvuldig gehandeld.
Daarnaast stelde eiser dat het inreisverbod een ernstige inmenging vormt in zijn privéleven en in strijd is met het Turks associatierecht. De rechtbank volgt dit niet, omdat eiser dit niet voldoende heeft onderbouwd en de minister zich terecht baseert op vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ten slotte is de klacht over het niet uitnodigen voor een hoorzitting ongegrond, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en eiser geen nieuwe relevante feiten of belangen heeft aangevoerd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.