ECLI:NL:RBDHA:2026:12615
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 1 december 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst in een uitspraak van 16 april 2026, waarin de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden. De beoordeling van het voortduren richtte zich daarom op de periode na 14 april 2026.
Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting naar Algerije bestond. De rechtbank oordeelde echter dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt, mede omdat de nationaliteit van eiser is bevestigd en een presentatie gepland staat. Er zijn geen aanwijzingen dat geen laissez passer zal worden afgegeven.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.