ECLI:NL:RBDHA:2026:12569
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende zwaarwegendheid LHBTI-problemen in Moldavië
Eiseres, een Moldavische vrouw afkomstig uit Transnistrië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege haar lesbische geaardheid en de vermeende onveilige situatie voor LHBTI-personen in Moldavië. De minister wees haar aanvraag af omdat de problemen die zij vreest onvoldoende zwaarwegend zijn en liet de geloofwaardigheid van haar seksuele gerichtheid in het midden.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid in het midden liet, omdat de minister bij de beoordeling van de zwaarwegendheid uitgaat van de verklaringen van eiseres zonder deze te betwisten. De rechtbank stelt vast dat de minister de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig acht, maar niet haar herkomst uit Transnistrië.
Verder concludeert de rechtbank dat eiseres toegang heeft tot Moldavië buiten Transnistrië en dat de blokkade van Transnistrië geen belemmering vormt. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat de problemen die eiseres vreest niet zodanig zwaarwegend zijn dat zij als vluchteling kan worden erkend. Hoewel discriminatie en beperkte acceptatie bestaan, is er wettelijke bescherming en zijn er organisaties die LHBTI-rechten ondersteunen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter W. Loof en griffier J. de Lange op 7 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende zwaarwegendheid van de problemen die eiseres vreest als LHBTI in Moldavië.