In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 15 december 2025, wordt het beroep van een Angolese minderjarige eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie, die op 8 september 2025 werd gedaan, onvoldoende gemotiveerd is. Eiser, geboren in 2008, heeft asiel aangevraagd op basis van de vrees voor vervolging door de Angolese autoriteiten, naar aanleiding van bedreigingen aan het adres van zijn stiefmoeder. De rechtbank stelt vast dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke achtergrond van eiser en de relevante landeninformatie niet adequaat heeft betrokken in de beoordeling van de asielmotieven. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om een nieuw besluit te nemen, waarbij de eerder geconstateerde gebreken in acht worden genomen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van asielaanvragen, vooral bij minderjarigen, en de noodzaak om alle relevante omstandigheden in overweging te nemen.