Eiseres, een Iraanse vrouw die zich heeft bekeerd tot het christendom, diende een asielaanvraag in na het verlaten van Iran vanwege problemen met haar echtgenoot en haar geloofsovertuiging. Verweerder liet de geloofwaardigheid van haar afvalligheid en bekering in het midden en beoordeelde alleen of er een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bestond. De rechtbank oordeelt dat deze beoordeling onzorgvuldig is voorbereid en op meerdere punten ondeugdelijk is gemotiveerd.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht wat eiseres bij aankomst in Iran te wachten staat, met name op het vliegveld, en onterecht terughoudendheid eist bij de uitoefening van haar geloof. Tevens is verweerder tekortgeschoten in de motivering waarom eiseres niet onder het risicoprofiel van christenen die evangeliseren of huiskerken bezoeken valt. De rechtbank neemt daarbij het geloofwaardig geachte relaas van eiseres als uitgangspunt.
Ook ten aanzien van de bedreigingen door haar broer heeft verweerder zich ondeugdelijk gemotiveerd. De rechtbank concludeert dat verweerder het risico op vervolging en ernstige schade onvoldoende heeft beoordeeld en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de motivering en beoordeling zorgvuldig moeten worden uitgevoerd. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.