ECLI:NL:RBDHA:2026:11870
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging facultatieve tijdelijke bescherming en terugkeerbesluit
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn facultatieve tijdelijke bescherming en de oplegging van terugkeerbesluiten door de minister van Asiel en Migratie.
Eiser, afkomstig uit India en tijdelijk verblijvend in Oekraïne, verkreeg tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de EU-Richtlijn tijdelijke bescherming. De minister beëindigde deze bescherming per 4 maart 2024 en legde terugkeerbesluiten op. Eiser stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelt dat het eerdere besluit van 17 augustus 2023 tot beëindiging en terugkeerbesluit is ingetrokken, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk is. De rechtbank bevestigt dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 rechtsgeldig is en dat de latere terugkeerbesluiten terecht zijn genomen.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten aan eiser en sluit de procedure zonder inhoudelijke behandeling van het beroep tegen de latere terugkeerbesluiten, omdat hierover reeds uitspraak is gedaan.
De uitspraak is gedaan door rechter W. Loof en griffier T.M.T. Brandsma op 12 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 17 augustus 2023 is niet-ontvankelijk verklaard en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten.