ECLI:NL:RBDHA:2026:11642
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid en kennelijk ongegrond
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, diende op 5 februari 2026 een herhaalde asielaanvraag in Nederland in, stellende dat hij vreest voor vervolging bij terugkeer vanwege zijn homoseksuele geaardheid. Verweerder wees de aanvraag op 17 februari 2026 af als kennelijk ongegrond, omdat de homoseksuele geaardheid niet geloofwaardig werd geacht en de aanvraag werd gezien als een poging uitzetting te voorkomen.
Eiser voerde in beroep aan dat de geloofwaardigheidsbeoordeling onredelijk en onrechtmatig was, verwijzend naar werkinstructie 2024/6 en het arrest Adrar, en dat verweerder onvoldoende rekening hield met overgelegde documenten. De rechtbank oordeelde dat de gehanteerde werkinstructie niet in strijd is met Unierecht en dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid betwistte vanwege gebrek aan onderbouwing en inconsistenties.
De rechtbank verwierp ook het beroep op artikel 30b Vw 2000 als onterecht beperkt tot evidente gevallen en vond dat verweerder terecht de aanvraag als opvolgend en kennelijk ongegrond kon afwijzen. Het beroep op het arrest Adrar faalde omdat dit arrest niet ziet op asielbesluiten maar op bewaringsmaatregelen. Het beroep werd ongegrond verklaard, het terugkeerbesluit en het inreisverbod van twee jaar blijven van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod blijven van kracht.