ECLI:NL:RBDHA:2026:11487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en verklaart het ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet verplicht is zelf te onderzoeken of Kroatië daadwerkelijk verantwoordelijk is, omdat Kroatië het verzoek tot terugname heeft aanvaard en zelf de verantwoordelijkheid moet vaststellen. Daarnaast mag de minister uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Kroatië een adequaat asiel- en opvangsysteem heeft.
Eiser stelde dat hij mishandeld is door Kroatische politie en dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn rechtspositie en de ernst van de mishandeling. De rechtbank vindt dat de minister dit terecht niet aannam, omdat eiser onvoldoende bewijs leverde en niet aannemelijk maakte dat hij geen effectieve rechtsbescherming in Kroatië kan krijgen. Het beroep wordt daarom afgewezen en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.