Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Indiase nationaliteit dragende derdelander die rechtmatig in Oekraïne verbleef, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. De minister van Asiel en Migratie besloot op 21 februari 2024 de tijdelijke bescherming te beëindigen en een terugkeerbesluit te nemen. Dit besluit werd aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan het HvJ EU, waarna een vervangend terugkeerbesluit volgde op 22 juli 2025.
Eiser betoogde dat de beëindiging in strijd was met het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, omdat de bescherming van derdelanders eerder werd beëindigd dan die van Oekraïners. De minister stelde dat het rechtmatig verblijf van eiser op 4 maart 2024 van rechtswege eindigde en dat de bevriezingsmaatregel geen rechtmatig verblijf opleverde.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke bescherming van derdelanders eerder mag eindigen dan die van Oekraïners en dat het vervangende besluit voldoet aan de Europese Terugkeerrichtlijn. Er was geen sprake van gelijke gevallen, zodat het gelijkheidsbeginsel niet werd geschonden. De bevriezingsmaatregel was een feitelijke opschorting en geen rechtmatig verblijf, waardoor het vertrouwensbeginsel niet werd geschonden.
De rechtbank zag ook geen aanleiding om het besluit onrechtmatig te achten op grond van non-refoulement. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de minister werd veroordeeld in de proceskosten van € 934 vanwege een gebrek in het oorspronkelijke besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.