Uitspraak
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
“Hoever is [stad] ongeveer verwijderd van [stad] ?”, waarop eiser antwoordde:
“Het is heel ver, ik denk 140 kilometer.” [7] , terwijl het juiste antwoord 880 kilometer is. Ook antwoorde eiser op de vraag of de stad [stad] of die regio een vliegveld heeft:
“Ja, naast [stad] . Ik schat dat het op 15 kilometer ten westen van ons ligt.” [8] , terwijl er volgens TOELT direct naast de stad ook een landingsbaan ligt. Ook werpt de minister tegen dat eiser op de vraag:
“Als u vanuit [stad] naar de kust reisde, welke plaats lag er dan daar aan de kust?”, eiser antwoorde:
“ [steden 1, 2 en] .” [9] , terwijl door TOELT wordt opgemerkt dat er niks ten westen van [stad] zit. In samenhang bezien met de overige omstandigheden, waaronder het feit dat eiser zich al acht jaar in Europa bevindt, wel beschikt over een Libische geboorteakte maar in die periode geen andere identificerende documenten heeft verkregen, heeft de minister geconcludeerd dat nader onderzoek niet noodzakelijk is.
“Betrokkene spreekt geen Libisch-Arabisch. De gestelde herkomst kan niet aannemelijk gemaakt worden door de spraak. TOELT raadt met klem aan om een volledige taalanalyse op te starten.”TOELT geeft dus zelf met klem aan dat de bevindingen uit de taalindicatie eerst nog gevalideerd moeten worden via een uitgebreide taalanalyse. De rechtbank acht het daarbij relevant dat eiser tijdens beide gehoren in het Libisch-Arabisch is gehoord, dat hij beide keren heeft verklaard de tolk goed te begrijpen en dat er ook geen opmerkingen van de tolk zijn geweest over communicatieproblemen.