Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat hij geen advocaat had, geen tolk was geregeld, delen van het dossier onleesbaar waren en dat overdracht naar Frankrijk zou leiden tot schending van zijn fundamentele mensenrechten vanwege slechte opvang en medische zorg.
De rechtbank oordeelt dat eiser wel een advocaat had, maar dat deze niet bereid was het beroep te voeren. De klacht hierover is door verweerder doorgezet naar de Raad voor Rechtsbijstand. De onleesbare pagina’s zijn niet relevant voor de beoordeling en het is niet de taak van de rechtbank een tolk te regelen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing op Frankrijk; er is geen aannemelijk bewijs dat overdracht leidt tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank stelt dat eiser onvoldoende bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd om de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 Dublinverordening Pro toe te passen. De medische en psychische klachten zijn niet voldoende om een uitzondering te rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van verweerder blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.