Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 10 februari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is, gezien een eerdere aanvraag van eiser in Frankrijk op 17 april 2024.
Eiser stelde dat Frankrijk niet aan zijn opvangverplichtingen voldoet en dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op schending van zijn rechten, waaronder het risico op indirect refoulement vanwege zijn homoseksuele geaardheid. Hij verwees naar het AIDA-rapport 2024 en het EVRM en Handvest van de grondrechten.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk zijn verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken. Ook het risico op indirect refoulement kan niet binnen de Dublinprocedure worden beoordeeld.
Het beroep is daarom kennelijk ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.