Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Marokkaanse derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. De minister besloot op 21 februari 2024 de tijdelijke bescherming te beëindigen en stelde een terugkeerplicht vast. Na bevriezingsmaatregelen en jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak, nam de minister op 14 augustus 2025 een vervangend terugkeerbesluit.
Eiseres voerde aan dat de beëindiging van de bescherming in strijd was met de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) en dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was, onder meer vanwege een prematuur SIS-register en het ontbreken van toetsing op grond van arbeid of artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding van het beroep verschoonbaar was, maar verwierp de inhoudelijke gronden van eiseres.
De rechtbank stelde vast dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming niet in strijd is met het doel en het nuttig effect van de RTB, mede gelet op jurisprudentie. Het terugkeerbesluit was niet prematuur en de SIS-registratie was gerechtvaardigd. Eiseres had onvoldoende onderbouwd dat zij schade leed door de registratie. Ook was er geen reden om af te zien van het terugkeerbesluit of om een verblijfsvergunning toe te kennen zonder aanvraag.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister werd veroordeeld in de proceskosten van € 934. De uitspraak werd gedaan door rechter W.H. Bel op 29 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van de tijdelijke bescherming en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.