Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Marokkaanse derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. De minister van Asiel en Migratie besloot op 21 februari 2024 haar tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 maart 2024 en stelde een terugkeertermijn van vier weken in. Na jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak werd het eerdere besluit vervangen door een terugkeerbesluit van 15 juli 2025.
Eiseres voerde aan dat het terugkeerbesluit prematuur was en dat er geen duidelijk land van terugkeer was genoemd. Ook stelde zij dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en dat er geen recente beoordeling van refoulement had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit voldoet aan de Terugkeerrichtlijn en dat Marokko als land van terugkeer duidelijk is aangegeven. Er is geen bewijs dat eiseres een beschermenswaardig privé- of familieleven in Nederland heeft opgebouwd.
Verder is niet aannemelijk gemaakt dat terugkeer naar Marokko een reëel risico op ernstige schade oplevert. De asielaanvraag van eiseres was buiten behandeling gesteld en zij heeft geen nieuwe aanvraag ingediend. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en veroordeelt de minister in de proceskosten van €1.868, vanwege het gebrekkige eerdere terugkeerbesluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van de tijdelijke bescherming en het terugkeerbesluit naar Marokko wordt ongegrond verklaard.