Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse derdelander die rechtmatig in Oekraïne verbleef, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. De minister besloot op 7 februari 2024 de tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 maart 2024, waarna eiser binnen vier weken Nederland moest verlaten. Na prejudiciële vragen en jurisprudentie werd het besluit op 28 juli 2025 vervangen, waarbij de bescherming opnieuw werd beëindigd.
Eiser voerde aan dat de beëindiging onrechtmatig was, onder meer vanwege gelijke behandeling met Oekraïners en zijn persoonlijke omstandigheden zoals integratie en werk. De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke bescherming van derdelanders eerder mag eindigen dan die van Oekraïners en dat geen toezeggingen zijn gedaan die het vertrouwen van eiser rechtvaardigen.
Verder concludeerde de rechtbank dat het terugkeerbesluit voldoet aan de Terugkeerrichtlijn en dat er geen sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel of het non-refoulementbeginsel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, maar de minister wordt veroordeeld in de proceskosten vanwege een gebrek in het oorspronkelijke besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.