ECLI:NL:RBDHA:2026:10154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 behandeld en beoordeelt dat de minister terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. De minister heeft een verzoek tot terugname aan Kroatië gedaan, dat is geaccepteerd, waardoor Kroatië verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiser stelde dat hij risico loopt op illegale pushbacks en dat Kroatië structurele tekortkomingen vertoont in de asielprocedure, maar de rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd voor een reëel risico op schendingen van zijn rechten.
Ook de door eiser aangevoerde bijzondere, individuele omstandigheden leiden niet tot een andere uitkomst. De minister heeft deze omstandigheden voldoende gemotiveerd beoordeeld en geoordeeld dat geen sprake is van onevenredige hardheid.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen, waardoor overdracht aan Kroatië kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de overdracht aan Kroatië is bevestigd.