ECLI:NL:RBDHA:2025:997
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel vreemdelingenbewaring en verzoek schadevergoeding
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op 28 september 2024 en het verzoek om schadevergoeding. Eerder zijn op 14 oktober 2024 en 10 december 2024 al uitspraken gedaan over deze maatregel. De rechtbank toetst nu of de bewaring sinds 5 december 2024 rechtmatig is.
Eiser verzocht om een zitting, maar dit werd niet toegewezen omdat de rechtbank op basis van het dossier voldoende informatie had. Eiser stelde dat er onvoldoende zicht is op uitzetting naar Marokko, mede vanwege het ontbreken van papieren en familiecontacten, en dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan uitzetting. Deze gronden worden verworpen omdat de minister maandelijks contact onderhoudt met de Marokkaanse autoriteiten en een vertrekgesprek heeft gevoerd.
Eiser voerde aan dat de bewaring onevenredig is en neerkomt op strafrechtelijke detentie, wat in strijd zou zijn met het EVRM. De rechtbank oordeelt dat gedurende de eerste zes maanden van bewaring meer gewicht toekomt aan de belangen van de minister en dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die dit veranderen. De rechtbank ziet geen reden om de maatregel op te heffen en wijst tevens het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.