Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie / uitsluiting van bewijs
4.De bewijsbeslissing
.Hoewel een overeenkomstige vorm van duim en lunula op zichzelf onvoldoende reden zal zijn aan te nemen dat het om één en dezelfde persoon gaat, ziet de rechtbank hierin bevestiging van hetgeen zij hierboven al heeft geconcludeerd ten aanzien van de identiteit van de gebruikers van de accounts.
- ‘pap’ als benaming voor geld;
- ‘k’ als benaming voor duizendtallen;
- ‘colo’ en ‘boli’ als benaming voor cocaïne;
- ‘bruin’ als benaming voor heroïne;
- ‘blokken’ als benaming voor blokken verdovende middelen.
19 oktober2019 tot en met
16 februari 2021in Nederland en in Spanje heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [naam 4] , geboren op [geboortedatum 2] 1985, en [naam 3] , geboren op [geboortedatum 3] 1977, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;
6 januari 2021tot en met
5januari 2023 te Vlaardingen en/of te ’s-Gravenhage en/of te Rijswijk en/of te Rotterdam en/of in Nederland, en/of te Spanje meermalen, tezamen en in vereniging met een ander,
,middelen als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I;
19 oktober2019 tot en met
5januari 2023 te Vlaardingen en te ’s-Gravenhage en te Rijswijk en te Rotterdam en elders in Nederland, en in Spanje en Italië (telkens) tezamen en in vereniging met een anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van hoeveelheden cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, zich en anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten hebben getracht te verschaffen, immers heeft verdachte:
8 juni 2020tot en met
6januari
2021te Vlaardingen en te ’s-Gravenhage en te Rijswijk en te Rotterdam en/of elders in Nederland, en/of in Spanje meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een of meer voorwerpen, te weten:
envoorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit eigen misdrijf.