Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlasteleggingAan de verdachte is ten laste gelegd dat:
3.Procesafspraken
- Verdachte ziet af van het indienen van onderzoekswensen en trekt al ingediende (en eventueel toegewezen) onderzoekswensen uiterlijk ter terechtzitting en bij voorkeur al eerder schriftelijk in;
- Verdachte hoeft in het kader van de afspraken geen nadere verklaring af te leggen, maar het staat hem uiteraard vrij dit ter terechtzitting (alsnog) wel te doen;
- Het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting rekwireren tot een bewezenverklaring van:
- Feit 1: de handel in vereniging van 387 blokken/kilo's cocaïne in de periode van 31 januari 2020 tot en met 10 augustus 2020 te Zoetermeer, althans in Nederland, en;
- Feit 2: het witwassen in vereniging van ongeveer 4,8 miljoen euro in de periode van 23 december 2019 tot en met 2 juli 2020 te Zoetermeer, althans in Nederland;
- Het Openbaar Ministerie zal ter terechtzitting voor die bewezenverklaring de volgende straf vorderen: een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 6 maanden met aftrek van het voorarrest;
- De verdachte doet afstand van de inbeslaggenomen personenauto Ford Focus met kenteken [kenteken 1] en de inbeslaggenomen scooter Vespa met kenteken [kenteken 2] ;
- Door de verdediging worden geen verweren gevoerd;
- Verdachte zal zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de straf;
- Door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien de Rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;
- Het Openbaar Ministerie zal geen ontnemingsvordering aanhangig maken.
- als de rechtbank tot een andere bewezenverklaring zou komen, maar uitsluitend voor zover hierdoor de aard van het delict wezenlijk verandert;
- als de rechtbank van oordeel zou zijn dat de overeengekomen straf niet in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak.
4.De bewijsbeslissing
bijlage I) aan dit vonnis zal worden gehecht.
,verstrekt en vervoerd
enopzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne
,een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
heeftgehad
en heeftovergedragen, terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (VIER) JAREN en 6 (ZES) MAANDEN;