ECLI:NL:RBDHA:2025:8544

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2025
Publicatiedatum
15 mei 2025
Zaaknummer
NL24.33519
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens overdracht aan Kroatië

Eiser, van Turkse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de aanvraag op grond van de Dublin-verordening.

De rechtbank beoordeelde ambtshalve of eiser nog belang had bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep. Uit de stukken bleek dat eiser per 30 september 2024 was overgedragen aan Kroatië en dat er geen contact meer was tussen eiser en zijn gemachtigde. De gemachtigde bevestigde dit ook.

Volgens vaste jurisprudentie wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder bekendmaking van verblijfplaats vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde, geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming. Daarom ontbrak het procesbelang.

De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke beoordeling. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter S. Ketelaars-Mast en griffier K.E. Mulder.

Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang door overdracht aan Kroatië en geen contact met gemachtigde.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.33519

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], eiser,

(gemachtigde: mr. G.J. van Kammen),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eiser stelt van Turkse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 19 augustus 2024 niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Heeft eiser procesbelang?
2. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Zij beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
3. De vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is als volgt. Wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, zonder de minister te laten weten waar hij verblijft, wordt er in beginsel van uitgegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. [2] Dit is alleen anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde contact heeft met de vreemdeling over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
4. De rechtbank stelt vast dat de minister bij brief van 15 april 2025 heeft aangegeven dat eiser per 30 september 2024 is overgedragen aan Kroatië en dat niet gebleken is dat hij nog contact heeft met zijn gemachtigde. Ter onderbouwing heeft de minister de M114 Verzoek om ontslag uit een Justitiële inrichting overgelegd. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser op 17 april 2025 bericht geen contact meer te hebben met eiser. Onder deze omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming of op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Het procesbelang ontbreekt daarom.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de zaak niet inhoudelijk beoordeelt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt en gepubliceerd op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie de uitspraken van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579 en van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.