De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen de ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning asiel behandeld. Eiser betwistte de door de minister vastgestelde ingangsdatum van 29 mei 2023 en stelde dat deze moet worden vastgesteld op 19 mei 2023, de datum waarop hij zich meldde bij het Aanmeldcentrum in Ter Apel en de loopbrief werd afgegeven.
De minister erkende dat 19 mei 2023 de datum is waarop eiser zijn asielwens kenbaar maakte en verzocht de rechtbank om de ingangsdatum dienovereenkomstig vast te stellen. De rechtbank volgde dit standpunt en baseerde zich daarbij op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 januari 2025, waarin is bepaald dat de asielaanvraag wordt ontvangen op het moment dat de vreemdeling persoonlijk zijn asielwens kenbaar maakt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum betrof en stelde deze vast op 19 mei 2023. Tevens bepaalde zij dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.360,50 aan eiser. Partijen zagen af van een mondelinge behandeling.