ECLI:NL:RBDHA:2025:7518
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij beëindiging EU-verblijfsrecht
De Minister van Asiel en Migratie heeft het EU-verblijfsrecht van eiser beëindigd en hem ongewenst verklaard, waarna het bezwaar van eiser ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure meldde de gemachtigde van eiser dat zij geen contact meer had met eiser en niet zou verschijnen op de zitting. De minister achtte een zitting niet nodig, waarna de rechtbank het onderzoek sloot.
De rechtbank overwoog dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat een vreemdeling belang heeft bij de procedure zolang contact met de gemachtigde bestaat. Nu het contact was verbroken, concludeerde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer had bij de beoordeling van zijn beroep.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke uitspraak over het bestreden besluit. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter E.E.M. van Abbe op 11 april 2025 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.