Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse man die verklaart homoseksueel te zijn en slachtoffer van mensenhandel, diende op 16 december 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Na eerdere procedurele stappen wees de IND zijn aanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij verweerder twijfels had over de geloofwaardigheid van eisers verklaringen over zijn seksuele geaardheid en mensenhandel.
De rechtbank behandelde het beroep op 6 maart 2025. Eiser voerde aan dat zijn verklaringen onvoldoende werden geloofd vanwege culturele context en traumatische ervaringen, en dat de nieuwe werkinstructie WI 2024/6 onterecht werd toegepast. Ook stelde hij dat de lange duur van de procedure zijn vermogen om te verklaren negatief beïnvloedde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het referentiekader adequaat had toegepast, dat eisers verklaringen inconsistent, summier en onduidelijk waren, en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt waarom hij niet eerder asiel had aangevraagd. De rapporten van Buro KleurKracht en LGBT Asylum Support konden de tekortkomingen niet wegnemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag, het onthouden van een vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.