ECLI:NL:RBDHA:2025:7371
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beoordeeld. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot 2 april 2025. De rechtbank richt zich daarom op de periode na die datum.
Hoewel de termijn voor het sluiten van het vooronderzoek met twee dagen is overschreden, acht de rechtbank dit niet onrechtmatig omdat de procedure voortvarend is verlopen en eiser niet in zijn belangen is geschaad. Eiser betoogt dat er geen zicht op uitzetting naar Algerije is, maar de rechtbank verwijst naar recente jurisprudentie en stelt vast dat er wel degelijk zicht op uitzetting bestaat, mede gezien de lopende laissez passer-aanvraag.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend handelt, onder meer door rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten en het voeren van een vertrekgesprek. Het beroep dat een lichter middel had moeten worden toegepast, wordt verworpen omdat er geen gewijzigde omstandigheden zijn die het risico op onttrekking verminderen.
Ten slotte wijst de rechtbank het beroep af dat het voortduren van bewaring een schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert, omdat eiser niet heeft aangetoond een kind en vriendin in Duitsland te hebben. Ook ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.