Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 15 januari 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Nigeriaanse vreemdeling. De rechtbank toetste eerder deze maatregel en nu stond alleen het voortduren van de bewaring sinds het laatste onderzoek op 29 januari 2025 ter beoordeling.
Eiser stelde dat het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit op 25 maart 2025 negatief was afgesloten en dat er geen zicht was op uitzetting omdat de laissez-passer-aanvraag geen resultaat had opgeleverd. Hij betoogde dat een lichter middel volstond omdat geen onttrekkingsrisico bestond.
De rechtbank oordeelde dat de minister nog steeds zicht heeft op uitzetting, mede omdat de presentatie aan de Nigeriaanse autoriteiten op 17 april 2025 gepland stond en de aanvraag van de laissez-passer nog loopt. Er zijn geen feiten die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken. Het beroep is daarom ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak waarin werd bevestigd dat er in het algemeen nog zicht is op uitzetting naar Nigeria binnen een redelijke termijn. Ook de ambtshalve toetsing leidde niet tot een ander oordeel. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.