ECLI:NL:RBDHA:2025:6367
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens onvoldoende aantoonbare ontoegankelijkheid medische zorg in Kenia
Eiseres, een Keniaanse vrouw met diverse medische klachten waaronder myasthenia gravis, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Haar aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen na advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat concludeerde dat de medische zorg in Kenia voldoende is om een medische noodsituatie te voorkomen.
Eiseres voerde in bezwaar aan dat de medische zorg in Kenia voor haar feitelijk niet toegankelijk is vanwege haar status als niet-ingezetene, gebrek aan sociaal netwerk en onvoldoende financiële middelen. Tevens stelde zij dat de hoorplicht door verweerder was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen toegang heeft tot noodzakelijke medische behandeling in Kenia. Zij heeft geen documenten overgelegd die haar financiële situatie of die van haar familieleden onderbouwen, noch bewijs dat zij als niet-ingezetene geen zorg kan ontvangen. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet is geschonden omdat het bezwaar geen nieuwe concrete feiten bevatte.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en griffier van de rechtbank Den Haag op 15 april 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van ontoegankelijkheid van medische zorg in Kenia.