ECLI:NL:RBDHA:2025:6287
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zevende aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens geen nieuwe feiten
Eiser, van Turkse nationaliteit, heeft tussen 2005 en 2025 zes keer een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als zelfstandige, alle afgewezen. De minister wees ook de zevende aanvraag af omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
Eiser stelde dat hij een nieuw ondernemingsplan en financiële stukken had overgelegd en dat tijdsverloop als nieuw feit geldt. Ook betwistte hij het mvv-vereiste en de schending van de hoorplicht. De rechtbank oordeelde dat het laatste ondernemingsplan al bij de zesde aanvraag was ingediend en dat tijdsverloop zonder nadere toelichting geen nieuw feit is.
De rechtbank bevestigde dat het mvv-vereiste niet als nieuw feit geldt en dat de minister terecht toepassing gaf aan artikel 4:6 Awb Pro. De hoorplicht was niet geschonden omdat eiser en zijn gemachtigde de stukken ontvingen en de minister op grond van de aangevoerde bezwaren van horen kon afzien.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de zevende aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard.