ECLI:NL:RBDHA:2025:6250
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen mvv-vereiste voor Turkse zelfstandige
Eiser, een Turkse onderdaan, diende op 27 juli 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige. De minister wees deze aanvraag op 22 november 2023 af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het ontbreken van een vrijstelling van dit vereiste. Het bezwaar van eiser werd bij besluit van 21 november 2024 eveneens afgewezen.
Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag en voerde aan dat het toepassen van het mvv-vereiste in zijn situatie in strijd is met het Turks associatierecht. De rechtbank verwees naar een eerdere meervoudige kameruitspraak van 1 november 2024, waarin het beroep tegen het mvv-vereiste bij Turkse zelfstandigen ongegrond werd verklaard.
De rechtbank constateerde dat de beroepsgronden van eiser identiek waren aan die in eerdere procedures en bevestigde de eerdere jurisprudentie. De rechtbank besloot het beroep ongegrond te verklaren, zonder zitting, en wees terugbetaling van griffierecht en vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning als zelfstandige wegens ontbreken mvv is ongegrond verklaard.