ECLI:NL:RBDHA:2025:6161
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voert aan dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten onrechte is toegepast en dat er bijzondere omstandigheden zijn die overdracht aan Bulgarije onredelijk maken. De rechtbank oordeelt dat het besluit zorgvuldig en gemotiveerd is genomen, dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad zijn bezwaren te uiten en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht is toegepast.
De rechtbank verwijst naar recente jurisprudentie en het AIDA-rapport dat bevestigt dat er een effectief rechtsmiddel bestaat tegen uitsluiting van opvang in Bulgarije. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro bij overdracht.
Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.