Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Jezidi uit Irak, diende in december 2022 een asielaanvraag in en stelde dat hij vanwege zijn etniciteit en religie in Irak werd gediscrimineerd en bedreigd. Hij vreesde ernstige schade bij terugkeer, mede vanwege een beleidswijziging per 1 juli 2024 die de bewijslast voor Jezidi's verzwaarde.
De minister wees de aanvraag af omdat de discriminatie niet zodanig ernstig was dat sprake was van vervolging of onmogelijkheid tot maatschappelijk functioneren. De rechtbank oordeelde dat het overschrijden van de beslistermijn geen bijzondere omstandigheid vormt om van het nieuwe beleid af te wijken.
De rechtbank vond dat de beleidswijziging voldoende was gemotiveerd en dat de humanitaire situatie in de Koerdische Autonome Regio, hoewel zorgelijk, niet leidde tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. Eiser had jarenlang in een kamp kunnen werken en toegang tot medische zorg.
De rechtbank volgde het standpunt dat eiser zal terugkeren naar een kamp in de KAR en niet naar Sinjar. Het beroep werd ongegrond verklaard en de asielaanvraag definitief afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden.