ECLI:NL:RBDHA:2025:6010
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens ontbreken land van terugkeer bij aanvraag reguliere verblijfsvergunning
Eiser diende op 29 april 2022 een aanvraag in voor een reguliere verblijfsvergunning voor het doel privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser de leges niet betaalde en geen vrijstelling kon aantonen. Tevens werd een terugkeerbesluit opgelegd om Nederland en de EU binnen vier weken te verlaten.
Eiser maakte bezwaar tegen het buiten behandeling stellen en het terugkeerbesluit, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de legesheffing en het buiten behandeling stellen toepaste, omdat eiser onvoldoende bewijs leverde van betalingsonmacht en geen uitzonderlijke omstandigheden aantoonde die het beroep op artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigen.
De rechtbank stelt echter vast dat het terugkeerbesluit niet voldoet aan de vereisten omdat het land van terugkeer niet ondubbelzinnig is vermeld. Hoewel verweerder de nationaliteit van eiser niet gelooft, moet het terugkeerbesluit wel een land van terugkeer bevatten. Daarom wordt het terugkeerbesluit vernietigd en moet verweerder binnen vier weken een nieuw besluit nemen.
De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten van €1.814 aan eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het het terugkeerbesluit betreft en afgeworpen voor het overige.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen; het buiten behandeling stellen van de aanvraag wordt bevestigd.