ECLI:NL:RBDHA:2025:5620
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht ongegrond verklaard
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, stelde beroep in tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn was en dat de minister onvoldoende voortvarend handelde, mede omdat de Marokkaanse autoriteiten niet reageerden op de laissez-passer-aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig was en dat bij de beoordeling alleen de periode daarna van belang was. De rechtbank stelde vast dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, mede omdat op 11 december 2024 een lp-traject is gestart en een kopie van het paspoort van eiser beschikbaar is die het traject kan versnellen.
De rechtbank benadrukte dat eiser een actieve medewerkingsplicht heeft, maar dat hij niet heeft aangetoond dat hij zich inspant voor een origineel paspoort of vervangend reisdocument. De minister heeft volgens de rechtbank voldoende voortvarend gehandeld door de kopie van het paspoort direct door te sturen, regelmatig te rappelleren en vertrekgesprekken te plannen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.