ECLI:NL:RBDHA:2025:5515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring wegens te late omzetting na afwijzing asielaanvraag
Eiser werd op 5 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zijn asielaanvraag werd op 9 maart 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond, waarna de beroepstermijn op 16 maart 2025 eindigde. Verweerder heeft de maatregel van bewaring pas op 20 maart 2025 opgeheven, twee dagen later dan toegestaan.
De rechtbank constateert dat het vooronderzoek in de procedure te laat werd gesloten, maar dit leidde niet tot belangenverlies voor eiser omdat de uitspraak binnen een redelijke termijn volgde. De kern van het geschil betreft de te late omzetting van de bewaring na afloop van de beroepstermijn.
De rechtbank volgt eiser in zijn standpunt dat de bewaring vanaf 18 maart 2025 onrechtmatig voortduurde en kent een schadevergoeding toe van €200,- voor twee dagen onrechtmatige vrijheidsbeneming. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van €907,-. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding van €200,- toe wegens twee dagen te late omzetting van de bewaring.