ECLI:NL:RVS:2023:4685
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijkheid terugkeer naar Frankrijk ondanks belangen minderjarige kinderen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de asielaanvraag van een Syrische vreemdeling en haar vier minderjarige kinderen niet-ontvankelijk omdat zij internationale bescherming genieten in Frankrijk. De vreemdeling betoogde dat terugkeer naar Frankrijk onredelijk is vanwege mishandeling en bedreiging door de vader van de kinderen, psychische problemen van de kinderen en een veiliger gevoel in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van de kinderen en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat hij wel degelijk de belangen had meegewogen en dat het uitgangspunt geldt dat de vreemdeling en haar kinderen redelijkerwijs naar Frankrijk kunnen terugkeren.
De Raad van State bevestigde dat de belangen van de kinderen betrokken moeten worden bij de beoordeling, maar oordeelde dat de staatssecretaris dit voldoende heeft gedaan. De Raad vond dat de rechtbank te veel gewicht gaf aan het veiliger voelen in Nederland en dat de vreemdeling onvoldoende bewijs leverde van de psychische problemen. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.