Eiser, een Senegalese nationaliteit dragende persoon, diende op 1 november 2024 een asielaanvraag in wegens bedreigingen door familieleden vanwege vermeende homoseksualiteit. De minister wees de aanvraag op 11 november 2024 af als kennelijk ongegrond, omdat Senegal als veilig land van herkomst werd aangemerkt en de vrees van eiser niet realistisch werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat de aanwijzing van Senegal als veilig land van herkomst onvoldoende is gemotiveerd en sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie die uitzonderingen op deze aanwijzing niet toelaat. Hoewel de rechtbank het oordeel van de minister deelt dat de vrees van eiser niet aannemelijk is en dat effectieve bescherming in Senegal mogelijk is, vernietigt zij het bestreden besluit vanwege het ontbreken van een draagkrachtige motivering.
De rechtbank voorziet zelf in de zaak en wijst de asielaanvraag af als ongegrond, legt een vertrektermijn van vier weken op en vernietigt het inreisverbod. Daarnaast veroordeelt zij de minister tot betaling van proceskosten aan eiser. Het verzoek om schadevergoeding wordt in een aparte procedure behandeld.