ECLI:NL:RBDHA:2025:172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onverenigbaarheid van groepsuitzonderingen met aanwijzing veilig land van herkomst in asielprocedure
Eiser, een Senegalese asielzoeker, betwist de aanwijzing van Senegal als veilig land van herkomst vanwege uitzonderingen voor bepaalde groepen, waaronder LHBTIQ+ personen en mensen die strafrechtelijk vervolgd worden. De rechtbank onderzoekt of de minister deze uitzonderingen mag toepassen in het kader van de Procedurerichtlijn.
De rechtbank volgt het recente arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2024, waarin is geoordeeld dat een land niet als veilig kan worden aangemerkt indien delen van het grondgebied niet aan de voorwaarden voldoen. De rechtbank breidt dit uit naar het oordeel dat ook het uitzonderen van groepen niet verenigbaar is met de aanwijzing van een veilig land van herkomst. Hierdoor heeft de minister de verkeerde procedure gevolgd en handelt onzorgvuldig.
Desondanks beoordeelt de rechtbank het asielrelaas van eiser als ongeloofwaardig, mede vanwege vaagheden over het voorgenomen huwelijk en het feit dat eiser lang in Senegal verbleef ondanks zijn gestelde vrees. De rechtbank wijst daarom de asielaanvraag af als ongegrond, vernietigt het bestreden besluit en stelt een vertrektermijn van vier weken in. Tevens vervalt het opgelegde inreisverbod en wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De asielaanvraag wordt afgewezen wegens ongeloofwaardigheid, ondanks dat de minister onzorgvuldig handelde bij de procedure.