ECLI:NL:RBDHA:2025:4283
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning familie en gezin wegens ontbreken bijkomende afhankelijkheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel ‘familie en gezin’ bij haar meerderjarige neef (referent), die als alleenstaande minderjarige vluchteling in Nederland verblijft.
De minister had het familieleven tussen eiseres en referent erkend, maar geen familieleven vastgesteld tussen eiseres en de ouders en oudere zus van referent. Tevens woog de minister de belangen van de Nederlandse staat zwaarder dan die van eiseres en referent. Eiseres stelde dat zij als een tweede moeder voor referent fungeert en afhankelijk is van de ouders en oudere zus, mede vanwege haar medische toestand.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft geoordeeld dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn tussen eiseres en de ouders en oudere zus, mede omdat eiseres de benodigde zorg ontvangt van de broers van referent. Ook vond de rechtbank dat de belangenafweging door de minister in redelijkheid ten nadele van eiseres kon uitvallen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen.